Skip to content
Free.Bible — home

Site language

Statenvertaling (1637)Old Testament

Job

42 chapters

chapters

  1. 1Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was…
  2. 2Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den…
  3. 3Daarna opende Job zijn mond, en vervloekte zijn dag.
  4. 4Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide…
  5. 5Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de…
  6. 6Maar Job antwoordde en zeide…
  7. 7Heeft niet de mens een strijd op de aarde, en zijn zijn dagen niet als…
  8. 8Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide…
  9. 9Maar Job antwoordde en zeide…
  10. 10Mijn ziel is verdrietig over mijn leven; ik zal mijn klacht op mij…
  11. 11Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide…
  12. 12Maar Job antwoordde en zeide…
  13. 13Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan.
  14. 14De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust.
  15. 15Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide…
  16. 16Maar Job antwoordde en zeide…
  17. 17Mijn geest is verdorven, mijn dagen worden uitgeblust, de graven zijn…
  18. 18Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide…
  19. 19Maar Job antwoordde en zeide…
  20. 20Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide…
  21. 21Maar Job antwoordde en zeide…
  22. 22Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide…
  23. 23Maar Job antwoordde en zeide…
  24. 24Waarom zouden van den Almachtige de tijden niet verborgen zijn, dewijl…
  25. 25Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide…
  26. 26Maar Job antwoordde en zeide…
  27. 27En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide…
  28. 28Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het…
  29. 29En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide…
  30. 30Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik…
  31. 31Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen; hoe zou ik dan acht gegeven…
  32. 32Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn…
  33. 33En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden…
  34. 34Verder antwoordde Elihu, en zeide…
  35. 35Elihu antwoordde verder, en zeide…
  36. 36Elihu ging nog voort, en zeide…
  37. 37Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats.
  38. 38Daarna antwoordde de Heere Job uit een onweder, en zeide…
  39. 39Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen…
  40. 40En de heere antwoordde Job, en zeide…
  41. 41Zult gij den Leviathan met den angel trekken, of zijn tong met een…
  42. 42Toen antwoordde Job den Heere, en zeide…