Statenvertaling (1637)Old Testament
Genesis
50 chapters
chapters
- 1In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
- 2Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.
- 3De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de Heere…
- 4En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde…
- 5Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep…
- 6En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te…
- 7Daarna zeide de Heere tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark…
- 8En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat…
- 9En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt…
- 10Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun…
- 11En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.
- 12De heere nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw…
- 13Alzo toog Abram op uit Egypte naar het zuiden, hij en zijn huisvrouw, en…
- 14En het geschiedde in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, van…
- 15Na deze dingen geschiedde het woord des Heeren tot Abram in een gezicht…
- 16Doch Sarai, Abrams huisvrouw, baarde hem niet; en zij had een Egyptische…
- 17Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de Heere aan…
- 18Daarna verscheen hem de Heere aan de eikenbossen van Mamre, als hij in…
- 19En die twee engelen kwamen te Sodom in den avond; en Lot zat in de poort…
- 20En Abraham reisde van daar naar het land van het zuiden, en woonde…
- 21En de heere bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de Heere deed…
- 22En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide…
- 23En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de…
- 24Abraham nu was oud, en wel bedaagd; en de Heere had Abraham in alles…
- 25En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura.
- 26En er was honger in dat land, behalve den eerste honger, die in de dagen…
- 27En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker…
- 28En Izak riep Jakob, en zegende hem; en gebood hem, en zeide tot hem…
- 29Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land der kinderen van…
- 30Als nu Rachel zag, dat zij Jakob niet baarde, zo benijdde Rachel haar…
- 31Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft…
- 32Jakob toog ook zijns weegs; en de engelen Gods ontmoetten hem.
- 33En Jakob hief zijn ogen op en zag; en ziet, Ezau kwam, en vierhonderd…
- 34En Dina, de dochter van Lea, die zij Jakob gebaard had, ging uit, om de…
- 35Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon…
- 36Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.
- 37En Jakob woonde in het land der vreemdelingschappen zijns vaders, in het…
- 38En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog…
- 39Jozef nu werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao…
- 40En het geschiedde na deze dingen, dat de schenker des konings van Egypte…
- 41En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, dat Farao droomde, en…
- 42Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn…
- 43De honger nu werd zwaar in dat land…
- 44En hij gebood dengene, die over zijn huis was, zeggende: Vul de zakken…
- 45Toen kon zich Jozef niet bedwingen voor allen, die bij hem stonden, en…
- 46En Israel verreisde met al wat hij had, en hij kwam te Ber-seba, en hij…
- 47Toen kwam Jozef en boodschapte Farao, en zeide: Mijn vader en mijn…
- 48Het geschiedde nu na deze dingen, dat men Jozef zeide: Zie, uw vader is…
- 49Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u…
- 50Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en…