Skip to content
Free.Bible — home

Site language

Statenvertaling (1637)Old Testament

Ezechiël

48 chapters

chapters

  1. 1In het dertigste jaar, in de vierde maand, op den vijfden derzelve…
  2. 2En Hij zeide tot mij: Mensenkind, sta op uw voeten, en Ik zal met u…
  3. 3Daarna zeide Hij tot mij: Mensenkind, eet, wat gij vinden zult; eet deze…
  4. 4En gij, mensenkind, neem u een tichelsteen, en leg dien voor uw…
  5. 5En gij, mensenkind, neem u een scherp mes, een scheermes der barbieren…
  6. 6En het woord des Heeren geschiedde tot mij, zeggende…
  7. 7Daarna geschiedde het woord des Heeren tot mij, zeggende…
  8. 8Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op den vijfden…
  9. 9Daarna riep Hij voor mijn oren met luider stem, zeggende: Doet de…
  10. 10Daarna zag ik, en ziet, boven het uitspansel, hetwelk was over het hoofd…
  11. 11Toen hief mij de Geest op, en bracht mij tot de Oostpoort van het huis…
  12. 12Verder geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  13. 13En des heeren woord geschiedde tot mij, zeggende…
  14. 14Daarna kwamen tot mij mannen uit de oudsten van Israel, en zaten neder…
  15. 15En des heeren woord geschiedde tot mij, zeggende…
  16. 16Verder geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  17. 17En des heeren woord geschiedde tot mij, zeggende…
  18. 18Verder geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  19. 19Verder, hef gij een weeklage op over de vorsten van Israel…
  20. 20En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den…
  21. 21En des heeren woord geschiedde tot mij, zeggende…
  22. 22Verder geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  23. 23Verder geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  24. 24Wijders geschiedde des Heeren woord tot mij, in het negende jaar, in de…
  25. 25En des heeren woord geschiedde tot mij, zeggende…
  26. 26En het gebeurde in het elfde jaar, op den eersten der maand, dat des…
  27. 27Wijders geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  28. 28Voorts geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  29. 29In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand…
  30. 30Wijders geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  31. 31Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten…
  32. 32Het gebeurde ook in het twaalfde jaar, in de twaalfde maand op den…
  33. 33En des heeren woord geschiedde tot mij, zeggende…
  34. 34En des heeren woord geschiedde tot mij, zeggende…
  35. 35Wijders geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  36. 36En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israels, en zeg: Gij bergen…
  37. 37De hand des Heeren was op mij, en de Heere voerde mij uit in den geest…
  38. 38Wijders geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende…
  39. 39Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere…
  40. 40In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke wegvoering, in het…
  41. 41Voorts bracht hij mij tot den tempel; en hij mat de posten, zes ellen de…
  42. 42Daarna bracht hij mij uit tot het buitenste voorhof; den weg naar den…
  43. 43Toen leidde hij mij tot de poort, de poort, die den weg naar het oosten…
  44. 44Toen deed hij mij wederkeren den weg naar de poort van het buitenste…
  45. 45Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een…
  46. 46Alzo zegt de Heere Heere: De poort van het binnenste voorhof, die naar…
  47. 47Daarna bracht hij mij weder tot de deur van het huis, en ziet, er vloten…
  48. 48Dit nu zijn de namen der stammen. Van het einde noordwaarts, aan de…