Skip to content
Free.Bible — home

Site language

Statenvertaling (1637)Old Testament

Exodus

40 chapters

chapters

  1. 1Dit nu zijn de namen der zonen van Israel, die in Egypte gekomen zijn…
  2. 2En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.
  3. 3En Mozes hoedde de kudde van Jethro, zijn schoonvader, de priester in…
  4. 4Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven…
  5. 5En daarna gingen Mozes en Aaron heen, en zeiden tot Farao: Alzo zegt de…
  6. 6Toen zeide de Heere tot Mozes: Nu zult gij zien, wat Ik aan Farao doen…
  7. 7Toen zeide de Heere tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een god gezet over…
  8. 8Daarna zeide de Heere tot Mozes: Ga in tot Farao, en zeg tot hem: Zo…
  9. 9Daarna zeide de Heere tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem…
  10. 10Daarna zeide de Heere tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart…
  11. 11(Want de heere had tot Mozes gesproken: Ik zal nog een plaag over Farao…
  12. 12De heere nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken…
  13. 13Toen sprak de Heere tot Mozes, zeggende…
  14. 14Toen sprak de Heere tot Mozes, zeggende…
  15. 15Toen zong Mozes en de kinderen Israels de Heere dit lied, en spraken…
  16. 16Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der…
  17. 17Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israels, naar hun…
  18. 18Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat…
  19. 19In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit…
  20. 20Toen sprak God al deze woorden, zeggende…
  21. 21Dit nu zijn de rechten, die gij hun zult voorstellen.
  22. 22Wanneer iemand een os, of klein vee steelt, en slacht het, of verkoopt…
  23. 23Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den…
  24. 24Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den Heere, gij en Aaron, Nadab…
  25. 25Toen sprak de Heere tot Mozes, zeggende…
  26. 26Den tabernakel nu zult gij maken van tien gordijnen, van fijn getweernd…
  27. 27Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte…
  28. 28Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen…
  29. 29Dit nu is de zaak, die gij hun doen zult, om hen te heiligen, dat zij…
  30. 30Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij…
  31. 31Daarna sprak de Heere tot Mozes, zeggende…
  32. 32Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo…
  33. 33Voorts sprak de Heere tot Mozes: Ga heen, trek op van hier, gij en het…
  34. 34Toen zeide de Heere tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de…
  35. 35Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en…
  36. 36Toen wrocht Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in…
  37. 37Alzo maakte Bezaleel de ark van sittimhout; twee ellen en een halve was…
  38. 38Hij maakte ook het brandofferaltaar van sittimhout; vijf ellen was…
  39. 39Zij maakten ook ambtsklederen, om in het heilige te dienen, van…
  40. 40Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende…