Statenvertaling (1637)New Testament
2 Korintiërs
13 chapters
chapters
- 1Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en…
- 2Maar ik heb dit bij mijzelven voorgenomen, dat ik niet wederom in…
- 3Beginnen wij onszelven wederom u aan te prijzen? Of behoeven wij ook…
- 4Daarom dewijl wij deze bediening hebben, naar de barmhartigheid, die ons…
- 5Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken…
- 6En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet…
- 7Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven…
- 8Voorts maken wij u bekend, broeders, de genade van God, die in de…
- 9Want van de bediening, die voor de heiligen geschiedt, is mij onnodig…
- 10Voorts ik Paulus zelf bid u, door de zachtmoedigheid en goedertierenheid…
- 11Och, of gij mij een weinig verdroegt in de onwijsheid; ja ook, verdraagt…
- 12Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar; want ik zal komen tot gezichten…
- 13Dit is de derde maal, dat ik tot u kom; in den mond van twee of drie…